Aug 26 2008

Scheutig met dan ook-jes

Published by Tekstschrijver Tim at 3:06 pm under Achter de letters

De woorden ‘daarom’ en ‘want’ zijn sterk redengevend. Daarom (dus precies om wat er in zin 1 staat) moet je als tekstschrijver goed opletten dat je ze niet verkeerd gebruikt. Want (als je dus exact doet wat er in zin 2 staat), de uitkomst van foutief gebruik ervan kan leiden tot pijnlijke blunders. Tekstschrijvers zijn dan ook dol op ‘dan ook-jes’. Een dan ook-je is namelijk veel zwakker, maar suggereert een net zo logische koppeling tussen twee stukjes tekst. Let wel: gebruik met mate. Per artikel – of bijvoorbeeld per 500 woorden – is 1 dan-ookje doorgaans genoeg om een bepaalde samenhang te suggereren, of het ontbreken van samenhang te verdoezelen. 
 
In het stukje wat ik net onder ogen krijg, heeft de schrijver zich niet kunnen beheersen. In drie opeenvolgende zinnen, verbruikt hij een voorraad dan ook-jes waar je normaal een paar pagina’s lang lol van hebt. Er staat: “Door de ontstaansgeschiedenis van de onderdrukte Catalaanse identiteit is Barcelona een symbool voor Catalonië. Barcelona is dan ook nauw verbonden met het Catalaanse nationalisme. Symbolen spelen bij de communicatie van de club uit Barcelona dan ook een belangrijke rol. Barcelona heeft bij de fans dan ook een welhaast publiek religieuze betekenis.”
 
In dit voorbeeld kun je ‘dan ook’ niet vervangen door ‘daarom’, want er zijn wel meer redenen dan alleen die ene uit de eerste zin waarom Barcelona nauw verbonden is met dat nationalisme. Voor die symbolen uit de zin erna geldt hetzelfde. In de laatste zin maakt de schrijver zich er wel heel makkelijk vanaf. Want hij gebruikt niet alleen het vage ‘dan ook’, het is bovendien onduidelijk waaraan hij nu refereert. Daarom zou ik de vertaling van Jordi Xifra’s  boek over PR en Barcelona niet willen lezen. En verschijnt er nog een nieuwe vertaling? Ook dan sla ik liever over. Devotionele communicatie is dan ook niets voor mij.

9 responses so far

9 Responses to “Scheutig met dan ook-jes”

  1. René Greveon 26 Aug 2008 at 3:52 pm

    De beste tekstschrijver van Nederland (!) moet toch weten dat deze zin niet juist is, of wel?

    “In het stukje wat ik net onder ogen krijg, (…)”

    ;-)

  2. Timon 26 Aug 2008 at 5:57 pm

    He die René, ja die slogan moet nodig maar eens op de schop, haha. Maarreh… wat schort er aan die zin? (Ik zie het regelmatig zelf ook niet meer hoor.)

  3. René Greveon 26 Aug 2008 at 6:06 pm

    Officieel is het:
    “In het stukje dat ik net onder ogen krijg, (…)”

    Maar ‘wat’ is al zo gemeengoed geworden dat het bijna goed Nederlands is. Maar nog niet helemaal.

  4. Tekstschrijver Timon 26 Aug 2008 at 8:35 pm

    Tru. ‘Het antecedent’ (http://www.onzetaal.nl/advies/watdat.php) was dermate vaag dat ik ‘wat’ wel vond kunnen, maar ‘dat’ is inderdaad meer op zijn plaats.

  5. cornon 26 Aug 2008 at 8:39 pm

    van een beta:
    “stukje dat”……. impliceert dat je met iets bezig bent en iets tegenkomt DAT…
    “stukje wat”……..duidt m.i. op een toevallig tegenkomen van iets waarop je vervolgens reageert.
    Hoewel beide woorden uitwisselbaar zijn (denk ik) zit er wel degelijk verschil tussen.

  6. cornon 26 Aug 2008 at 8:44 pm

    even iets geheel anders. Vraag aan de tekstschrijver:
    Een promovendus wordt doctor; meervoud: doctoren.
    Huisarts heet ook wel dokter. Meervoud: docters maar nooit: doctoren m.i. Zou in die vorm”:docteren moeten zijn. De heren docteren hebben besloten…….

  7. spatienazion 27 Aug 2008 at 4:04 am

    Of zoals een bekend groot tekstdichter het zou stellen:

    Ik weet niet wat het is, maar het is me wat.

  8. [...] Ik sta op het punt om een tekstschrijver te mailen dat ik niet geloof in het verschil tussen ’schrijven voor internet’ versus schrijven voor andere media. Dat vraagt uiteraard om een onderbouwing. Die dure cursussen en workshops zijn er toch niet voor niets? Wat die leraar in de klas oplepelt, moet toch kloppen? Een beeldscherm leest toch ook heel anders dan een drukwerk? Ja, ja, ja – blijven ademen – dat klopt allemaal wel. Toch is het veronderstelde verschil vanuit een schrijversperspectief volkomen flauwekul.    Het is een feit dat een beeldscherm vol tekst, voor de meeste normale stervelingen nog angstaanjagender is dan een gedrukte pagina vol tekst. Dat komt onder meer omdat de meeste consumenten niet weten hoe ze hun beeldscherm kunnen instellen op ‘lekker leesbaar’ (om één reden te noemen).    Ja maar… Ook aan de kant van de tekstproducenten gaat het op puur technische vlak vaak mis. Lettertypes, spatiering, interlinie: tot nog maar heel kort geleden, maakte de techniek de dienst uit. Usability is een kreet die pas sinds kort bestaat.   ‘Schrijven voor internet’ heeft zo een reputatie verworven als ‘schrijven voor een moeilijk leesbaar medium’. Een medium waarvoor tussenkopjes in de tekst nodig zijn. Want (…) internettekst wordt door lezers slechts ‘gescand’.    Ik heb anders heus veel geleerd van die workshop! Tal van zelfbenoemde tekstdeskundigen doken erop. Bedien jezelf van korte zinnen! Maak snel duidelijk waar de tekst over gaat, anders is de bezoeker zo weer weg! Schrijf actief!   Uitstekend advies, daar niet van, maar oude wijn in nieuwe zakken.    Huh? Tenminste 99 van de 100 adviezen over schrijven voor internet, gaan onverminderd op voor schrijven voor drukwerk. Alles wat je kunt doen om een tekst leesbaarder te maken, móet je namelijk doen. Of het nu voor een krantje is, of een website. Ik ga toch niet expres minder duidelijk schrijven, als het voor drukwerk is? Dat is de wereld op zijn kop.   Of anders gezegd: je moet een sterke internettekst lelijk toetakelen om hem net zo leesbaar te maken voor drukwerk?   Kom op.   Echt, het is nonsens De valkuil in de redenatie is dat het andersom wel op kan gaan: een brochuretekst die er ‘in print’ mee doorkan, kan op internet als een plumpudding inzakken. Maar dat betekent niet dat schrijven voor internet anders zou moeten zijn.   Internet – of liever: het beeldscherm – heeft de lat voor tekstschrijvers simpelweg hoger gelegd. Dat is alles.   Tekstschrijven is een ambacht Niet schever, niet krommer, niet langer of korter. Schrijven voor internet is hetzelfde ouderwetse doelgroepgerichte tekstschrijven wat het altijd al is geweest. Of wat het in ieder geval had moeten zijn.   En SEO dan? Enige – daadwerkelijke – verschil is misschien dat de woordenmix op internet omwille van het beïnvloeden van zoekmachines soms wat af mag wijken. Hoewel goeroe Aartjan de eerste is om te zeggen dat hij daar al niet meer in gelooft.   Ook kun je in internetteksten nog wat meer proberen in te spelen op hoe snellezers als Google de tekst lezen, maar hé, waarom zou je dat niet doen in gedrukte tekst?   Punt uit Een optimaal goed leesbare tekst, blijft een optimaal goed leesbare tekst, in welk medium dan ook. Een tekst die eenmaal online geplaatst, of gedrukt, ineens slecht leesbaar is, is nooit een tekstschrijverwaardige tekst geweest.   Het fenomeen ‘schrijven voor internet’ is onzin. En zo is het maar net! [...]

  9. [...] Iedere stagiair die ik in de afgelopen tien jaar iets mocht uitleggen over tekstschrijven, kreeg de opdracht om een zwartewoordenlijst bij te houden. Een lijstje met verboden woorden (denk aan oplossing, daarnaast,  op maat). Op dat lijstje staan ook grijze woorden: die mogen onder bepaalde voorwaarden wel. Eén van de grijze woorden is ‘dus’. Het woord ‘dus’ kent een vergelijkbare valkuil als het woord ‘want’. Zie eventueel voor uitleg dit artikeltje. Bovendien is ‘dus’ een vervelend eigen leven gaan leven. Ik ken mensen die doodserieus zinnen eindigen met dus, terwijl er geen enkele zinnige reden voor is. Dus.  Dus dus is bij ons onhandig als je mij te vriend wil houden. Terwijl het zeker in wervende tekst behoorlijk functioneel kan zijn. Je zegt er impliciet mee: doe geen moeite zelf na te denken, ik vat het vast even voor je samen. Dat maakt ‘dus’, behalve listig dat je het foutief gebruikt, óók snel aanmatigend. Ik trek als lezer namelijk het liefst zelf conclusies. Dus toen ik gisteren mezelf betrapte op iemand liefst twee keer te dussen, in één kort berichtje, schaamde ik me diep.  Want…Ik schreef “Yep, maar ze werken dus ook met achteraf betalen / na oplevering (bij elance dus)”. Tenenkrommend. Alsof de betreffende lezer een idioot was. De eerste ‘dus’ verwees naar iets wat ik eerder al had gemeld, wat ie ‘dus’ niet goed gelezen had volgens mij – toen ik het mailde. De tweede ‘dus’ was ter verduidelijking van iets wat mogelijk nog vaag was. Een krachtdus. Pardon my dusIk neem me bij deze dus voor om echt helemaal nooit meer dus te gebruiken! <- Zie je hoe het gebruik van ‘dus’ in die laatste zin iets suggereert wat er niet is? Als het al verwijst naar iets, dan is het naar die regel over dat ik me schaamde. Maar die staat wel heel erg ver erboven (hoe weet je als lezer dat ik niet naar iets anders verwijs?). En – stel dus – dat je gokt dat ik verwijs naar dat diepe schamen, dan staat er in die zin dat ik me uitsluitend opwond over gisteren. Waarmee de logica van het ‘dus helemaal nooit meer’ echt ver te zoeken is. Of verwijst ‘de dus’ in die zin over mijn voornemen, naar de strekking van het verhaal tot dan toe? Met ‘dus’ weet je het nooit zeker. ‘Dus’ dwingt je te vertrouwen op de verteller. Dus is dus een levensgevaarlijk woord voor tekstschrijvers die duidelijk proberen te zijn. Je kunt het met ‘dus’ nu eenmaal te makkelijk verneuken. Pardon my French. Eh, dus. Dus. [...]

Trackback URI | Comments RSS

Reageer!