Jul
04
2008
In mijn hopeloze strijd tegen misbruik van het woord oplossing, stuitte ik vandaag op dé slogan der slogans. Het stond er echt. Naast de bedrijfsnaam. Cikam, Specialisten in Oplossingen. SPECIALISTEN IN OPLOSSINGEN! Wow. De oplossing voor het fileprobleem? Wiskundige oplossingen? Iets met vloeistoffen? Mogelijk alle denkbare andere oplossingen ook? Je bent specialist of je bent het niet natuurlijk. Vergezeld door Sancho Panza ben ik snel met een vervoersoplossing door de infrastructurele oplossingen van de stad naar de kantooroplossing gecrost om te ontdekken of Cikam mij kan helpen.
Op de website van Cikam is de überslagzin helaas onvindbaar op de homepage. Misschien zijn de oplossingen uitverkocht? Nee, toch niet, de eerste zin op de site biedt soelaas. We lezen dat Cikam al 60 jaar een breed scala aan innovatieve oplossingen biedt. Een breed scala aan innovatieve oplossingen! Ook de derde zin is hoopgevend: “Onze totaaloplossingen bevorderen dan ook de kwaliteit, efficiency en productiviteit binnen uw organisatie.” Pure schoonheid. Totaaloplossingen van de Specialisten in Oplossingen. Zouden ze dan eindelijk ook die ene oplossing hebben om mijn oplossingsstress op te lossen?
Jul
04
2008
Ik doe mijn best een paar keer per week wat zinnigs te melden op deze site. Kan me alleen niet de luxe veroorloven er een uurtje of wat per berichtje aan te besteden. Zonde. Zie bijvoorbeeld het vorige postje. Nieuwe Revu. Die make-over verdient een waardigere recensie. Los van inhoudelijkheid. Tekstueel bedoel ik. Ik heb in de titel wel iets gedaan met ‘nieuw’. Ik heb het in de laatste zin laten terugkomen. Tussentijds gebeurt er nog iets met ‘ouderwets’. Maar het is Anton Heyboer. Het is snelkrabbelen. Gun (tip voor opdrachtgevers!) teksten de tijd. De tijd om een goeie insteek te bedenken. Het te laten rijpen. Het te redigeren.
Moeilijk uit te leggen soms. “Doe je meer dan een half uur over een tekstje van één A4?” De tijd, leg ik dan geduldig uit, zit hem in het volgende…
1
Ten minste 30 tot 40% van de totaal benodigde tijd schrijf je NIET. Dan lees je je in. Doe je research. Speel je met het onderwerp. Bedenk je insteken. Zoek je dé boodschap. Hét concept. Net zolang totdat je in één zin weet wat je wil zeggen.
In het geval van onderstaand postje zou dat bijvoorbeeld kunnen zijn ‘zo goed als nieuw’. Een titel die op meerdere fronten lading geeft aan de inhoud van je tekst. Het blad in kwestie heeft tenslotte een ‘nieuwe’ titel, maar niet een ‘goede’. De sarcastische twist in ‘zo goed als nieuw’ is dan een bruikbare kapstok om verder uit te wijden over waar opknapbeurten aan moeten voldoen in jouw ogen, waarom nieuw niet per definitie goed is en goed niet hetzelfde is als nieuw.
2
De volgende 10 tot 20% van je schrijfwerk is het daadwerkelijk schrijven. Die kritische opdrachtgever die over het halfuurtje begint, heeft volkomen gelijk. Alleen hij gaat uit van een ander startpunt. Hij is gewend om huizen te bouwen zonder fundering. Hij is: “help mijn man is een opdrachtgever”. Lees: weet niet wat tekstjes bouwen is. Laat staan aanscherpen. Of leesbaar maken. Gelukkig maar, anders was jij werkloos.
3
De laatste 40 tot 60% is redigeren. Schrappen. Herschrijven. Husselen. Wegleggen. Hardop voorlezen. Alternatieve woorden zoeken. Anderen laten lezen. Beter rondbreien. Verbouwen. Testen. Punten op de i zetten.
Of, in het ergste geval, weggooien. En opnieuw beginnen. Of was het nu overnieuw?
Volgens Van Dale mag het allebei – maar kies opnieuw als je alle (met name ook oudere) lezers tevreden wil houden.
En hetzelfde geldt voor je teksten waar je niet 100% achter staat. Opnieuw!
Revu, ruilen? Ik vorige postje deleten, jullie de restyling ongedaan maken?