Wat leren studenten communicatie- en informatiewetenschappen tijdens hun studie? Ik heb geen idee. In ieder geval niet om een goede sollicitatiebrief te schrijven, als ik af moet gaan op de sollicitatiebrieven die ik regelmatig ontvang. Ze zijn bijna allemaal naar dit voorbeeld:
Geachte heer/mevrouw,
Tijdens mijn studie Communicatie- en Informatiewetenschappen zei de docent in de eerste les dat communicatie een pak melk kan zijn. Geslepen als hij was, legde hij pas aan het eind van het college uit wat hij met zijn uitspraak bedoeld had. Toen snapten we het echter allemaal al. Communicatie is alles en alles kan communicatie zijn. Mijn zienswijze is intussen dezelfde, maar toch zou ik er kanttekeningen bij willen plaatsen. Want alles kan wel iets communiceren, maar niet alles communiceert echt iets. …lees hier het vervolg van Sollicitatiebrief
Een goed verstaander heeft aan een half woord genoeg. Genoeg om te begrijpen waar zijn gesprekspartner over praat. Maar of dat genoeg is om een brochuretekst op te baseren? Niet bepaald. Ervaren tekstschrijvers interviewen dan ook flink door. Op zoek naar het verhaal dat ergens in de hoofden van de geïnterviewden verstopt zit. Een basistekst die je eruit kunt trekken door kritisch te interviewen, zoals journalisten vaak doen. Naar voorbeeld van Rodin; met een beitel. “Het beeld zit al vervat in de steen, ik hoef alleen het overtollige steen eromheen te verwijderen.” Een uitstekende journalistieke werkwijze voor een onthullend artikel. Een rampzalige methode voor commerciële copywriters.
Om een ijzersterke, wervende brochuretekst te schrijven, moet je weten wat de achterliggende doelstellingen, voordelen en beperkingen van een product of dienst zijn. De interviewkandidaat moet – voor eigen bestwil – met de billen bloot. En dat doet hij alleen als hij je vertrouwt. Als hij begrijpt dat je ook de niet voor publicatie geschikte informatie nodig hebt. Puur voor de …lees hier het vervolg van Interviewen - 45 voorbeeldvragen
Je loopt in een onbekende stad, op zoek naar een restaurant. En, zo wil het toeval in dit verhaal, al snel heb je een straatje gevonden met drie restaurants. Bij één van de drie staat er een rij wachtenden voor de deur. Bij de volgende is driekwart van de tafeltjes bezet. Bij de derde eetgelegenheid oogt het leeg en spreekt de eigenaar je aan om vooral in zijn restaurant te komen eten. Wat doe je?
Tenzij je geen nee durft te zeggen, neem ik aan dat je kiest voor het tweede restaurant. Je krijgt de bevestiging dat het goed is, gezien de populariteit. Bij het drukste etablissement hebben ze vast geen tafel meer voor jou. En dat laatste tentje, daar zal wel iets mis mee zijn als ze er een ‘propper’ voor nodig hebben.
De meeste mensen gaan (zowel bewust als onbewust) af op het oordeel van anderen. Het is een bewezen fenomeen. Een gegeven waar je in wervende tekst uitstekend gebruik van kunt maken. Op meerdere manieren. …lees hier het vervolg van Zien eten, doet eten
Vorige week niet op kantoor geweest, komende week een paar dagen weg, maar niet getweurd! Tim twittert tussendoor nog wel eens wat. Via twitter.com/tekstschrijvert blijf je eenvoudig op de hoogte van luchtige nieuwtjes. Over twit en dat, twus en zo, en van twalles en nog wat. En soms ook over Tim en twekstschrijven. Goed om te weten: ik ben geen groot liefhebber van vertwitterde woorden. Dus ook als je niet zo’n ‘tweep’ bent, ben ik waarschijnlijk makkelijk te volgen. Twurf naar twitter.com/tekstschrijvert en klik op Follow. Twot snel, nú twexit!
Welk boek moet iedere tekstschrijver gelezen hebben? Daar lopen de meningen in positieve zin over uiteen. Opvallend genoeg noemt niemand de Bijbel. Terwijl dat boek de afgelopen eeuwen een enorme bron van inspiratie is geweest voor de schrijf- en andere kunsten. Dat ik persoonlijk meer een volgeling ben van Richard Dawkins doet daar niets aan af. Het bestverkochte boek aller tijden heeft een enorme invloed gehad op het geschreven woord. De volgende uitdrukkingen zijn bijvoorbeeld stuk voor stuk aan de Bijbel ontleend.
Zonder aanzien des persoons In goede aarde vallen Bergen verzetten Een boekje over iemand opendoen Een goede buur is beter dan een verre vriend Van de daken schreeuwen …lees hier het vervolg van Schatplichtig aan de Bijbel?
Ter uitbreiding van de ultieme ‘cursus schrijven’-pagina, deze keer een subliem spiekbriefje met heerlijke bijvoeglijke naamwoorden. Handig als je meerdere pagina’s moet vullen met geweldig wervende tekst, en je fenomenale voorraad aan fantastische adjectieven op dreigt te raken.
Accu leeg? Schroefjes op? Gaatje in je hoofd? Niets van dat alles! Als je last hebt van een bore-out dan ben je onderbelast. Dusdanig dat je je verveelt. Met name in Zwitserland, Nederland en een beetje in Duitsland hebben werknemers er last van. In de VS en de UK zijn er volgens Google Insights ook nog een handjevol patiënten. Maar gelukkig is er nog geen sprake van een pandemie. Aangezien wij zo’n beetje het meest bored-out ter wereld zijn, heb ik een kleine bijdrage aan de oplossing van het probleem. Bedenk een mooi Nederlandstalig alternatief woord voor dit fenomeen (dan heb je tenminste weer wat te doen). Maak de zin af: “Ja ik vind het ook heel ‘vervelend’, maar ik ben nog herstellende van…”
Een prima start van de dag: het mailtje van Beter Spellen met een verse (kleine) test. Uitstekend om de spellingregels weer even mee op te frissen. Iedere dag vier meerkeuzevragen. Is het geweldadig of gewelddadig? Er vanuit gaan of ervan uitgaan? Bruncheden of brunchten? Doe de test en je weet het antwoord. Beter nog: je weet voortaan ook waarom. Aanrader voor iedereen die wel eens wat schrijft! En maak je geen zorgen, je kan kunt het!
Rond de jaarwisseling vind je nog wel eens een regeltje op een factuur, of een PS-je onder een mail over gewijzigde uurtarieven per 1 januari. Doorgaans gaat de prijs met een paar euro omhoog. Ik heb tenminste nog nooit een mailtje ontvangen van een tekstschrijver met de melding dat – om u in deze barre tijden tegemoet te komen – het uurtarief per januari met 10% verlaagd is. Een gemiste kans, want het gebaar zal ongetwijfeld in de smaak vallen. En of je nu 75 of 125 euro per uur rekent, maakt voor je omzet volgens mij weinig tot niets uit.
Na zo’n stelling is enige nuance wellicht op zijn plaats. Mijn punt is dat meerdere factoren leiden tot een uiteindelijk bedrag. Uurtarief speelt daarin slechts een bescheiden rol. Voor de volledigheid: ik ga uit van freelance klussen – niet van een detacheringsverband.
Op LinkedIn is een leuke discussie ontstaan in reactie op de vraag “Webteksten schrijven zonder kennis van SEO optimalisatie, kan dat?”. Aangezien je lid moet zijn van de groep om die discussie te volgen – en je alleen lid kunt worden als professioneel schrijver, hier mijn antwoord. Vervang SEO optimalisatie (wat een dubbelopje is) eens door psychologie?
“Webteksten schrijven zonder kennis van SEO optimalisatie?” wordt dan “Webteksten schrijven zonder kennis van psychologie?”. Kan dat? Kun je ‘webteksten’ schrijven zonder kennis van literatuur? Kun je ‘webteksten’ schrijven zonder kennis van maatschappelijke mores? Kun je …lees hier het vervolg van Webteksten schrijven zonder kennis van SEO?
“Doet u mij maar een broodje beenham”, zei ik. Waarop ze zonder blikken of blozen antwoordde: “Met beenhamsaus?” BEENHAMSAUS! Getverderrie, wat een woord. “Eh, ja, eh… doe maar met… …beenhamsaus?” Yuk. Ik heb het niet zo op het woord ‘saus’. Ook vind ik de meeste saussamenstellingen vies klinken.
Heeft het misschien te maken met het feit dat bij woorden als appelmoes, runderbouillon, tonijnsalade of kipsaté, het laatste woord een afgeleid product is van het eerste woord? Nee, want dan zou ik ook van broodbeleg, tafelzout en dessertwijn onpasselijk moeten worden. En dan zou ik juist weer geen probleem hebben met champignonsaus. Het ligt duidelijk aan het woord saus zelf. Het is gewoon een onsmakelijk woord, óók wanneer het eufemistisch opgediend wordt als ‘sausje’.
Huh, wat, happy palindrome day? Hoezo wist ik daar niets van? Hoe kan ik dat gemist hebben? Twitteren is net zo vreselijk als in Amsterdam wonen: je hebt constant het gevoel dat je te laat ontdekt dat er ergens nog een feestje gaande is. Palindroomdag! Wat blijkt het geval te zijn. Twee januari 2010 schrijf je in Nederland als 02-01-2010, maar in de VS als 01-02-2010. En 01022010 kun je van links naar rechts en van rechts naar links lezen als hetzelfde getal. Voor ons laat Palindroomdag dus nog even op zich wachten (1 februari). Lekker, uitslapen!
Woensdag 16 december 2009 wordt de 20e editie van Het Groot Dictee der Nederlandse Taal op televisie uitgezonden. Een feest voor taalmasochisten! Voor wie niet kan wachten heeft Taalcentrums Eric Tiggeler alvast een voorproefje gemaakt. Probeer zijn online oefendictee hier. Tip, bezoek de site met Internet Explorer 8, dan maak je ook nog kans dat je browser vastloopt. Zelfkastijding ten top!
Mijn vriend Ivo vindt het maar niets. Een beschrijvende merknaam. Dat is voor hem als merkengerechtigde namelijk moeilijk om te beschermen. Reden daarvan is dat de bescherming consequenties heeft voor derden. Als Ivo erin slaagt mijn ‘Tekstschrijver Tim’ te deponeren dan zouden tekstschrijvers die toevallig Tim heten óf ineens van naam moeten veranderen, óf een ander beroep moeten kiezen. Aangezien dat niet werkbaar is, maak ik met het merk Tekstschrijver Tim weinig kans. Vandaar dat in merkcreatie de voorkeur regelmatig uitgaat naar fantasienamen als Ziggo, Yorin, etc.
Waarin Ivo verschilt van een marketeer of copywriter, is dat hij jurist is. Kom ik met Auteuritair Tekstproduceur Thimoté op de proppen, is hij waarschijnlijk blij. Dan hoeft hij mij niet uit te leggen dat ik met een beschrijvende, generieke naam juridisch zwak sta. Maar het nadeel van die fantasienaam …lees hier het vervolg van Google houdt van beschrijvende merknamen
"Zestig procent van de eerstejaarsstudenten aan de universiteit schrijft ‘onmiddelijk’ in plaats van ‘onmiddellijk’. In totaal faalt een op de zeven eerstejaarsstudenten (14 procent) jammerlijk voor de taaltoets Nederlands. Dat is de bedenkelijke uitkomst van de jaarlijkse verplichte taaltest onder ruim 4100 eerstejaarsstudenten van de Vrije Universiteit (VU) die vandaag bekend wordt gemaakt." Volgens Tekstschrijver Tim is het de hoogste tijd voor universitair Nederland om de hand in eigen boezem te steken.
Universiteit Utrecht moet bijvoorbeeld onmiddellijk actie ondernemen op deze zes pagina’s. Ook Leiden heeft met twee fouten onmiddenlijk een webredacteur nodig. De VU – initiator van het onderzoek (!) – moet ook twee pagina’s aanpassen. Met de hakken over de sloot: Erasmus Universiteit Rotterdam, maar één fout. Wegens 20 fout, mag je bij Radboud Universiteit Nijmegen je collegegeld terugeisen. Tilburg, drie. Hoe bedroevend… Er zit niets anders op. Als je in Nederland gedegen universitair onderwijs zoekt, meld (hoe zat het ook al weer: d/dt?) je dan onmiddellijk direct aan bij de Universiteit van Amsterdam.
Oké, even een snelle tekstschrijftip tussendoor dan. Over afbreekstreepjes. In Word. Mocht je ooit een tekst mooi willen uitvullen, dan heb je afbreekstreepjes nodig. De ellende van die dingen is alleen dat je ze bij iedere tekstwijziging telkens handmatig weer moet verwijderen. Als je tenminste wilt voorkomen dat er eentje ergens midden in een regel belandt. Hou voortaan de Ctrl-toets daarom ingedrukt als je een afbreekstreepje plaatst. Indien het betreffende woord dan weer op de volgende regel terechtkomt na een tekstwijziging is het streepje automatisch verdwenen. Han-dig!
Na drie mailtjes aan webredactie@onzetaal.nl heb ik nog steeds geen reactie. Ik mailde dat ik het zo leuk zou vinden om ook op hun kopplingenpagina vermeld te worden. Inderdaad, koppling zonder ‘e’ (nieuwe splling): http://www.onzetaal.nl/koppling/index.php Nu kan ik me voorstellen dat je het als webredactie razend druk hebt. Ook heb ik er begrip voor dat je niet iedere idioot te woord kunt staan. Maar de liefde kan niet altijd van één kant komen. Toch? Vandaar dat ik overweeg vreemd te gaan met de Taaltelefoon van de Vlaamse overheid.
De Taaltelefoon is een fantastische organisatie die onlangs haar 10-jarig bestaan vierde met de uitgave van een uitgebreide schrijfgids. Een standaardwerk voor beginnende tekstschrijvers. Het beslaat 130 pagina’s adviezen voor helder en correct taalgebruik en efficiënte …lees hier het vervolg van Taaltelefoon
Welke kwaliteiten zoeken opdrachtgevers in een freelance tekstschrijver? Beschikbaarheid, originaliteit, snelheid? Waar voldoet een goede freelance tekstchrijver aan, in hún ogen? Via Google Adwords kun je dat testen. Maak simpelweg drie of vier verschillende tekstbanners voor de keywordcombinatie “freelance tekstschrijver” en zie waar meer op geklikt wordt.
Goedkope / originele / creatieve / ervaren / knappe freelance tekstschrijver nodig? Wat scoort beter? Ik vind het wel de moeite om daar eens wat Adwordsbudget aan te besteden. Op welke eigenschappen zal ik inzetten? Laat maar weten! En mocht je in de tussentijd een gewoon goeie freelance tekstschrijver zoeken, heb ik er nog één in de aanbieding via http://tekstschrijver-tim.nl/contact-freelance-tekstschrijver/.
Nu PowNed van GeenStijl toetreedt tot het publieke bestel, is het misschien wel aardig om de betekenis van het woord PowNed uit te leggen. Speciaal voor alle seniore bezoekers van tekstschrijver-tim.nl. PowNed is niet ontstaan als acroniem van Publieke Omroep Weldenkend Nederland En Dergelijke. Het is een woordspeling op, óf een bewust foutieve spelling van ‘owned’.
Owned is populair geworden door games. Als je iemand genadeloos hebt verslagen, zozeer zelfs dat hij een hulpeloze speelbal van jouw grimmen geworden is, kun je roepen that you owned his ass. Dat is goed vernederend. Owned! Erger dan …lees hier het vervolg van Betekenis PowNed
“Ik ben niet links, ik ben niet rechts, ik ben recht door zee.” Bedacht Kay van de Linde eens voor Rita Verdonk. Daarmee leverde hij een directe bijdrage aan haar ondergang. Links heb ik jarenlang verward met ‘sociaal’ en rechts met ‘conservatief’ of ‘liberaal’. Nu weet ik wel beter. Dankzij de uitleg over joop.nl bij Pauw en Witteman gisteren. Francisco van Jole, voor wie ik best sympathie heb, bleef stug het woord ‘progressief’ gebruiken als tegenhanger van ‘rechts’. En dat is historisch correct. Inhoudelijk vraag ik het me af.
De oorsprong van het fenomeen links of rechts stamt uit de tijd dat de vooruitstrevende parlementsleden in het 19e-eeuwse Franse parlement links in de kamer zaten. De gevestigde orde zat rechts conservatief te zijn. Door terug te grijpen op de ouderwetse, oorspronkelijke betekenis van links, vond ik het wel jammer dat links daarmee gisteravond weinig vernieuwend was. Een beetje conservatief zelfs. Rechts. Blijkbaar op het lijf geschreven voor links?
Als je niets van mij hoort, is er geen reden tot paniek. Geen nieuws, goed nieuws. Nietwaar? Nou nee. Geen nieuws kan namelijk op slecht nieuws duiden. En slecht nieuws kan soms ook geen nieuws zijn. Tot besluit kan – om de leesbaarheid van dit postje nog verder om zeep te helpen – goed nieuws ook nog eens weldegelijk nieuws zijn. In het laatste geval is Robbert Zoon daar heilig van overtuigd. Voor het derde jaar op rij organiseert hij de Nationale Goed Nieuwsdag. Aanstaande vrijdag 6 november. En dat is goed nieuws. Zeker voor PR-bureaus. Persberichten schrijven maar!
Hier volgt een uitermate belangrijke persoonlijkheidstest. Laat zien wat je waard bent en doe mee! Komptie. Als iets in prijs verdubbelt, wat zeg jij dan: het is nu ééns zo duur, of twee keer zo duur?
Onlangs probeerde ik iemand de meerwaarde van een communicatieplan uit te leggen. De toegevoegde waarde behoeft deels geen betoog. Je ordent in een communicatieplan allerlei communicatiemiddelen, benoemt expliciet wat voor welke doelgroep het meest geschikt is. Je voorziet in te zetten communicatiemiddelen van een planning. Budgetteert, stelt doelen, dwingt een organisatie eens stil te staan bij missie, visie en doel.
Tot zover duidelijkheid alom. Waar ik wat mee worstelde was hoe ik nu de winst van een sterk concept het best kon uitleggen. (Of: Het praktische voordeel van een rode draad; ter ondersteuning van de centrale communicatieboodschap in één zin.) Een vijfjarig klasgenootje van mijn zoon bracht de verlossing.
Lieve Tim Tim jr. werd uitgenodigd voor een verjaardagsfeestje. Nu zijn de mogelijkheden om vijfjarigen te vermaken enorm. Vandaar dat ouders regelmatig kiezen voor een thema. In dit geval betrof het een ridderfeest. Het fijne van een thema voor een kinderfeestje – net zoals een doordacht concept in een communicatieplan – is dat het creatieve stress weghaalt. …lees hier het vervolg van Communicatieplan schrijven
Meedoen aan Het Groot Dictee om te bewijzen dat je kunt schrijven, is als koorddansen om te bewijzen dat je kunt lopen. Leerde ik ooit van een sollicitant. Door mee te doen aan De beste copywriter van Nederland, begeef je je op vergelijkbaar glad ijs. Dat vinden sommige gewaardeerde teksttechnici tenminste. Speciaal voor hen hier wat testjes om de zinnen te verzetten. Je bewijst er helemaal niets mee. Je hebt er ook niets aan. En je wint ook geen prijs. Zet hem op (of niet)! Test je leessnelheid. Ontdek hoe snel je typt. Of wind je op over je muisvaardigheid. Veel plezier, en onthoud: meedoen is belangrijker dan winnen.
Een serieuze schrijfwedstrijd. Voor prozaschrijvers zijn die er genoeg. Maar voor copywriters? Ik zie een deelnemersveld voor me, en een briefing over de landingspagina voor een bepaald product. De opdracht luidt: schrijf – binnen één uur – een tekst van minimaal 100, maximaal 450 woorden. Met als doelstelling zorgen dat een zo hoog mogelijk percentage lezers zich inschrijft voor een nieuwsbrief, workshop of productdemonstratie.
So you think you can write? Nadat de copywriters de teksten inleveren, zet de organisatie ze online op verschillende, identiek opgemaakte landingspagina’s. Via Adwords krijgt iedere pagina 1000 nietsvermoedende bezoekers over de vloer. De copywriter die de hoogste conversie van bezoeker naar inschrijver realiseert, wint.
Scriptschrijven is een vak apart. Zeker in een andere taal is het een discipline die ik niet beheers. Onderstaand filmpje bewijst dat in dertig seconden. De synopsis? Tim gaat een commercial schrijven voor een deodorantfabrikant (geïnspireerd op een cartoon van cartoonstock.com).
Iedere stagiair die ik in de afgelopen tien jaar iets mocht uitleggen over tekstschrijven, kreeg de opdracht om een zwartewoordenlijst bij te houden. Een lijstje met verboden woorden (denk aan oplossing, daarnaast, op maat). Op dat lijstje staan ook grijze woorden: die mogen onder bepaalde voorwaarden wel. Eén van de grijze woorden is ‘dus’. Het woord ‘dus’ kent een vergelijkbare valkuil als het woord ‘want’. Zie eventueel voor uitleg dit artikeltje. Bovendien is ‘dus’ een vervelend eigen leven gaan leven. Ik ken mensen die doodserieus zinnen eindigen met dus, terwijl er geen enkele zinnige reden voor is. Dus.
Dus dus is bij ons onhandig als je mij te vriend wil houden. Terwijl het zeker in wervende tekst behoorlijk functioneel kan zijn. Je zegt er impliciet mee: doe geen moeite zelf na te denken, ik vat het vast even voor je samen. Dat maakt ‘dus’, behalve listig dat je het foutief gebruikt, óók snel aanmatigend. Ik trek als lezer namelijk het liefst zelf conclusies. Dus toen ik gisteren mezelf betrapte op …lees hier het vervolg van Sorry, I don’t speak dus